eed : èid
eend : òn
eender : prel
Eender (dat is voor mij gelijk) : dat ès vèur mich Prel
eénjarig : èinjureg
eénloop : èinlùip
eer (betekenis van VOOR) : ee, eej
eerder : jodder
eerst : jos
eg : ieg
egel : iegel
elders : ùirreges aanes
elektriciteit : èlletrik
eraan : tròn
erachter : traater
erbij : temet
erdoor : terdèur
erg : arreg
ergens : ùirreges
eronderdoor : tronderdèur
erop : trop
eruit : trout
erven (Een nalatenschap) : een noeloetenshop Arreve
erwt : aart
eten (Je moet Eten, dus Eet) : Zje mót Èite, dus Et
evenals : jus as
ezel : iezel
ezel (de schrijver van deze tekst is een ezel) : de sjrijver van deze teks ès ene (N)iezel